Het voorwoord van voorzitter Jan Jaap Wietsma in NVOX 8 van 2026.
Het afgelopen schooljaar heb ik meegewerkt aan het beproeven van een nieuw examenprogramma voor Natuur, Leven en Technologie (NLT) in de bovenbouw van havo en vwo. NLT is een relatief jong vak, maar kent inmiddels twintig jaar ervaring met lesmateriaal ontwikkeling door docenten en experts. Daarom was het spannend hoe een vernieuwd examenprogramma eruit zou komen te zien en wat dat in de lespraktijk gaat betekenen. Op 1 september werd het definitieve conceptexamenprogramma opgeleverd. De collega’s bij SLO hebben reacties van leraren, leerlingen, schoolleiders en vakdeskundigen verwerkt en een belangrijke kwaliteitsslag gemaakt. Gelijktijdig met NLT zijn van tientallen andere examenvakken de definitieve vernieuwde programma’s gepubliceerd. Eerder verschenen al nieuwe kerndoelen voor het basis- en voortgezet onderwijs. Biologie, natuurkunde, scheikunde en andere vakken worden dit cursusjaar beproefd.
Voor NLT betekent dit dat de eerste leerlingen in het schooljaar 2029-2030 met het nieuwe programma aan de slag gaan, tegelijk met de andere bètavakken. Daarmee komt een lang proces van onderwijsvernieuwing – ooit gestart onder de naam Onderwijs 2032 – stap voor stap dichter bij de praktijk. Het is nog niet af. Lesmaterialen moeten worden uitgewerkt, examens ontwikkeld en wetgeving aangepast. Daarbij speelt ook de studielasttabel een belangrijke rol: de verdeling van onderwijstijd over vakken en schoolactiviteiten. Namens de NVON heb ik aandacht gevraagd voor de zichtbaarheid van basisvaardigheden in deze verdeling. Immers: profielvakken zijn verkleind om ruimte te maken voor basisvaardigheden. Mijn pleidooi is: maak de tijd voor basisvaardigheden zichtbaar in die studielast-tabel en geef scholen ruimte om die profielspecifiek in te vullen. Onderwijs in rekenen, taal en digitale geletterdheid hebben immers meer effect wanneer ze aansluiten bij de voorkennis, interesses en behoeften van leerlingen.
Tegen deze achtergrond kijken we ook naar de nieuwste PISA-resultaten (zie: www.pisa-nederland.nl), die begin oktober verschenen. Voor natuurwetenschap en wiskunde presteren Nederlandse leerlingen gelijk als in 2022. Onze leerlingen doen het goed in het nieuwe domein digitale vaardigheden. Ten opzichte van de 14 Europese landen zijn ze beter in wiskunde, maar hebben het minste plezier in natuurwetenschappen en de laagste inschatting van hun invloed op het milieu.
Ondanks grote investering in basisvaardigheden blijven de scores voor taalbeheersing sterk teruglopen. Om beter te worden is een gerichte aanpak nodig, omdat de terugloop sterk verschilt tussen vwo-havo en vmbo, en er sterke invloed is van de moedertaal van leerlingen. We leven in een samenleving waarin gemak vaak belangrijker lijkt dan inspanning. Smartphones, sociale media en algoritmen slurpen aandacht. Thuis is niet altijd meer de plek waar kinderen vanzelfsprekend taal en andere basisvaardigheden ontwikkelen. Het ministerie legt de focus sinds kort nog meer bij taalbeheersing, en benadrukt het belang van voorlezen aan jonge kinderen: minstens een kwartier per dag. Juist in de eerste levensjaren wordt het fundament gelegd. Voorlezen, gesprekken voeren, vragen stellen en ervaringen opdoen zijn essentieel voor taalontwikkeling.
Taal vormt de basis van alle kennis, ook in natuurwetenschap en technologie. Juist daarom kunnen de bèta- en techniekvakken bijdragen aan taalontwikkeling. Het verbeteren van taal is dus niet een kwestie van ‘meer Nederlands’, maar taalbewust onderwijs in alle vakken. Wanneer basisvaardigheden een plek krijgen binnen de verschillende vakken en profielen, en aansluiten bij de motivatie en voorkennis van leerlingen, versterken vakinhoud en taal elkaar. Alleen zo kunnen onze leerlingen daadwerkelijk beter worden.
Jan Jaap Wietsma
Voorzitter NVON
Reacties naar: j.j.wietsma@nvon.nl