Vraag 19 |
||
|---|---|---|
|
Door: Ad Mooldijk
|
Datum:
Woensdag
15
april
2026,
10:56 uur
Plaats hier uw vragen, opmerkingen of overdenkingen. |
||
Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Gijs Ploegmakers
|
Datum:
Woensdag
27
mei
2026,
18:21 uur
Wat doen we hier met leerlingen die een waarde voor R kiezen en daarmee gaan rekenen, en dan voor Rtot op dezelfde waaarde uitkomen als ze mee beginnen zijn? Heb je da alle punten? Of mis je het complementeerpunt omdat je de rekenregels voor parallel en serie wel goed toepast maar is het geen afleiden van een formule? Ik denk aan het laatste.
|
||
|
Door: Vorselman
|
Datum:
Woensdag
27
mei
2026,
19:53 uur
Er wordt hier niet gevraagd om een formule af te leiden, dus ik zou zeggen dat als ze dat netjes uitrekenen via de rekenregels voor serie en parallel dat ze alle punten moeten krijgen. |
||
|
Door: Frank van Rhijn
|
Datum:
Woensdag
27
mei
2026,
21:06 uur
(Bewerkt op: 28-05-2026 16:37)
Wat als een leerling het volgende doet: Formule serie: Rt=R1+R2+... Parallel 1/Rt=1/R1+1/R2. En daarna uitlegt dat de formules elkaar verwaarlozen. Als er een derde weerstand bij komt, bij serie wat wordt opgeteld en bij parallel het omgekeerde. Het inzicht is er, voldoende voor 3 punten? Edit: niet goed, zie notulen |
||
|
Door: Frank van Rhijn
|
Datum:
Woensdag
27
mei
2026,
21:12 uur
(Bewerkt op: 28-05-2026 16:37)
@Vorselman Moet er niet een gelijkenis aangetoond worden tussen een groot en klein vierkant? Als maar één waarde voor R is ingevuld, is dat nog geen vergelijking. Aan de andere kant doen ze dat bij het CV ook niet. Ik zou in die situatie dus wel 3 punten geven Edit: volgens notulen mag je geen getallenvoorbeeld gebruiken bij een toon aan vraag. |
||
|
Door: Thomas Breebaart
|
Datum:
Woensdag
27
mei
2026,
22:38 uur
Aantonen dat het in hun zelfgekozen voorbeeld zo is (bijvoorbeeld met 3x3 weerstand van 1 ohm), is niet hetzelfde als aantonen dat dit altijd geldt. Maar op een havo-examen wil ik dit wel goedkeuren. Ook een uitleg in woorden kan. In serie wordt de weerstand driemaal zo groot, bij parallel worden deze dan weer driemaal zo klein. Dit heft elkaar op en je houd dus de oorspronkelijke weerstand over. Het lastigst vind ik het wanneer leerlingen wel de twee regels noteren en er iets vaags bij vertellen, maar de regels niet echt gebruiken. Hebben ze dan niets? |
||
|
Door: Gerrit Zwaan
|
Datum:
Woensdag
27
mei
2026,
22:42 uur
Wat te doen met leerlingen die bol 1 en 2 verkeerdom toepassen? Volgens dit CV mag ik 2 punten rekenen. Ik meen mij te herinneren dat het in een eerder examen 0 punten oplevert omdat het geen enkel inzicht toont in parallel/serie. |
||
|
Door: Frank van Rhijn
|
Datum:
Donderdag
28
mei
2026,
08:19 uur
@Gerrit Met verkeerd om bedoel je dat ze de parallel formule met serie formule verwisselen? In dat geval zou ik bol 1 en 2 niet toekennen. Bol 3 zou dan nog wel mogelijk zijn. |
||
|
Door: Gerrit Zwaan
|
Datum:
Donderdag
28
mei
2026,
09:46 uur
@Frank, ze rekenen inderdaad eerst 3 weerstanden parallel uit en vervolgens zetten ze 'hun' drie parallel delen in serie. Dit is een volledig verkeerde interpretatie van de vraag. Je komt dan wel op het goede antwoord. Het lijkt me dat je dan juist niet het completeerpunt kan geven. Als ik het CV lees scoren bol 1 en bol 2 juist wel omdat de formules voor serie en parallel gebruikt zijn. Op dit moment scoor ik bol 1 en bol 2 maar ik vind het vreemd eigenlijk vreemd omdat dit ik me herinner dat bij een eerder examen gezegd was dat dit niet gescoord mocht worden. Ik weet alleen niet of er toen naar inzicht of naar gebruik gevraagd werd. |
||
|
Door: Ellen de Koster-van Dam
|
Datum:
Donderdag
28
mei
2026,
10:21 uur
als ik het lees is het eerst de serie optellen antwoord 3R bol 1, en deze in de parallelvergelijking substitueren voor bol 2. dan wiskunde 3/3R=R voor bol 3 |
||
|
Door: Dennis van Straalen
|
Datum:
Donderdag
28
mei
2026,
10:50 uur
Uit de kringbespreking komt dat bij een aantonen dat vraag een voorbeeld met getallen niet voldoet. |
||