Vraag 15

Vraag 15

Door: Ad Mooldijk | Datum: Zaterdag 14 maart 2020, 21:27 uur

Plaats hier uw vraag of reactie of mening.

Antwoord:

Door: Ivan Vermeulen | Datum: Zaterdag 29 mei 2021, 12:39 uur

Volgens mij zou je ook de volgende redenering kunnen gebruiken (komt dan alleen wel overeen met vraag 16). Het oppervlak onder grafiek 1 (maat voor Ekin) is kleiner, de snelheid van 1 is daarmee ook kleiner terwijl de LET-waarde bij binnen dringen in het water hoger is.

Door: Kortstra | Datum: Zaterdag 29 mei 2021, 15:19 uur

Klopt, ik zou zeggen alfastraler 1 dringt minder diep door en heeft dus een lagere snelheid dan alfastraler 2. Toch heeft alfastraler 1 in het begin (dus bij een lagere snelheid) een hogere LET-waarde.

Door: Borgonjen | Datum: Zaterdag 29 mei 2021, 18:36 uur

Enige tegenwerping zou hier kunnen zijn, dat het bij deze uitleg alleen (aangetoond) opgaat voor het binnendringen, en daarmee nog niet algemeen.

Maar ook ik zou zeggen: voldoende, gezien de 2 punten die er te scoren zijn.

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Zaterdag 29 mei 2021, 21:51 uur

Ik kom dit ook vaak tegen, vind het wel goed bedacht. Echter: in de stam van de tekst (mooie term, heb ik geleerd van het examenloket) gaat het over "Voordat dit maximum bereikt wordt". Dit betekent m.i. dat je moet uitleggen dat het genoemde verband voor het hele traject tot aan het maximum geldt. Alleen de twee startpunten vergelijken is daarvoor niet genoeg. Ik geef een dergelijk antwoord 1 punt.

Deze verwarring had voorkomen kunnen worden door eerst een enkele grafiek te geven, voor één alfastraler, en daarmee vraag 15 stellen. Vervolgens een tweede alfastraler opvoeren en die twee gaan vergelijken in vraag 16. Maar dan heb je wel nóg meer leeswerk.

Ik kom hier trouwens leerlingen tegen die gaan uitleggen waaróm LET groter is bij lage snelheid (deeltje legt minder afstand af, dus dE/dx wordt groter). Fascinerend, maar niet waarnaar gevraagd werd.

Door: Hutjens | Datum: Zaterdag 29 mei 2021, 22:15 uur

Wat vinden jullie van de volgende redenaties?

1. "Snelheid van alfstraler 1 is lager, want die valt eerder stil (bij 48 micrometer ipv 84micrometer). Gedurende dat 1 actief is, is de LET-waarde hoger.  Dus LET-waarde is hoger als snelheid lager is."
Of: Snelheid van alfstraler 1 is lager, want die valt eerder stil (bij 48 micrometer ipv 84micrometer). 1 begint hoger. Dus LET-waarde is hoger als snelheid lager is." 

Ik neig naar 2 punten. 

2. Mag je ervan uit gaan dat beide alfastralers dezelfde E uitstralen in dezelfde tijd? Dan kun je namelijk redeneren dat een kleinere afstand in dezelfde tijd als effect heeft dat de LET-waarde hoger is (je deelt dezelfde energie door een kleinere afstand). 

3. "Als de snelheid laag is, botst het alfadeeltje vaker en legt hij een kortere afstand af. I legt kortere afstand af, maar heeft hogere LET in vergelijking met II. " Als deze ll had gezegd: meer botsingen per afstandseenheid, was het dan volledig goed geweest? Ik neig nu naar 1 p. 

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Zaterdag 29 mei 2021, 22:27 uur

1. Dat is een soortgelijk verhaal als hierboven. Ik zou er, op basis van de vraag, 1p voor geven. Maar ik laat me graag overhalen om er daar 2 van te maken.

2. Het gaat niet om de energie die de alfastraler uitstraalt, maar om de energie die door het alfadeeltje wordt overgedragen aan de materie waar het doorheen gaat. De vraag zou dus kunnen zijn: mag je aannemen dat elk alfadeeltje per tijdeenheid evenveel energie overdraagt? Dat is een stuk kernfysica waar ik te weinig van weet om iets zinnigs over te zeggen.

Door: Hutjens | Datum: Zondag 30 mei 2021, 14:28 uur

@Garmt, bedankt voor de toevoeging van mijn tweede vraag.
Ik weet hier ook te weinig van of je dit zo mag stellen....

Over punt 1, als er niks verkeerd is aan de redenatie, dan zou je toch gewoon het volledig puntenaantal mogen geven?

Door: Igor van Elsen | Datum: Zondag 30 mei 2021, 15:27 uur (Bewerkt op: 30-05-2021 15:27)

Mijn vermoeden is dat het aantal botsingen constant is per afstand. Je komt namelijk (gemmiddeld) niet meer of minder deeltjes tegen. Zeker als afbuiging een niet zo grote rol speelt (en waarschijnlijk geldt het ook bij afbuigen, maar dat is meer op intuïte dan rede gebaseerd). 

Het verschil in energie afgifte hangt af van de tijd waarin er energie uitwisseling kan plaats vinden. Bij een lage snelheid is er meer tijd voor het alfa deeltje om energie af geven. En dus meer dE per dx. 

Ik zou zelf bij meer botsingen per afstand niet volle punten geven. Maar wellicht is dat iets te puristisch (Of is het bovenstaande oinjuist :-P ).

Door: Toussaint | Datum: Zondag 30 mei 2021, 16:04 uur

Mijn leerlingen zijn op een enkele uitzondering na allen op het verkeerde been gezet door de twee lijnen in de grafiek. Ze gaan I en II vergelijken, wat niet het gevraagde antwoord oplevert. Zonde!

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Zondag 30 mei 2021, 17:08 uur

@Hutjens: volgens mij moet je vooral goed kijken of het verband wel is uitgelegd voor het hele traject tot aan de piek, of alleen voor het moment van binnentreden. In het eerste geval kan het 2 punten waard zijn. Hangt erg af van de formulering van het antwoord.