Vraag 15

Vraag 15

Door: Ad Mooldijk | Datum: Woensdag 15 april 2026, 16:55 uur

Plaats hier uw vraag, reactie of opmerking.

Antwoord:

Door: Wouter den Boer | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 20:54 uur

Tekstueel:  Yttrium en Zirkonium zijn elementen met de symbolen Y en Zr."....Dus dan heeft Yttrium het symbool Zr? Of YZr? Ik hier had respectievelijk toegevoegd mogen worden of gewoon niet noemen. Ik ervaar het als verwarrend en ze hebben het BiNaS.  

Door: Kliphuis | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 20:51 uur

I kom bij een aantal leerlingen een berekening die ik niet begrijp, maar wel het goede antwoord oplevert.

 

De leerling berekent de molaire massa van Y2O3.; 225,82 g/mol.

vervolgens doet hij 225,82 x 6,3 = 1422,7 . 

vervolgens deelt hij door de molaire massa van ZrO2 , het antwoord is dan 11,6.

Zijn conclusie is dan: de verhouding is 1,0 : 12.  Het goede antwoord.

Ik heb nu twee punten toegekend. Is er hier iemand die deze berekening begrijpt?

Door: Koen Tijssen | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 21:38 uur

Als je 225,82 gram Y2O3 zou hebben, dan heb je volgens de massaverhouding 6,3x zoveel ZrO2 nodig, dus 225,82 x 6,3 = 1422,7 g ZrO2

De chemische hoeveelheid ZrO2 krijg je dan door te delen door de molaire massa van ZrOen dat geeft 11,6 mol als antwoord.

Aangezien je begon met de molaire massa van  Y2O3, dus een massa van 1,0 mol Y2O3, is de molverhouding dus 1,0 : 12. 

Door: Kliphuis | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 21:56 uur

Dank je wel Koen.

Ik zat zo vast in de manier waarop ik dat bereken en behandel, dat ik dat niet meer zag.

Door: Mieke | Datum: Woensdag 27 mei 2026, 08:38 uur

Mijn leerling doet:

Y2O3 = 88,91*2+16*3=225,82 g/mol

123/6,3=19,52... g

19,52.../225,82 = 0,086.. mol

1/0,086.. mol = 11,56.. dus

Y2O3 : ZrO2 = 1,0 : 11,6

Ze doet de significantie fout, daardoor geldt algemene regel 3.1 helaas niet en moet er via de bollen worden gescoord. Omdat ze het niet doet volgens de voorgestelde stappen in de bollen wil de tweede corrector 2 punten geven, omdat het een chemisch incorrecte berekening zou zijn (123 g/mol delen door 6,3 gram). Ik ben het daar niet mee eens, immers:

De leerling gaat uit van 1 mol ZrO2, dat is 123 gram, en berekent volgens de massaverhouding het aantal gram Y2O3 dat er dan zou zijn, dit is dan 19,52.. gram.

Dan hoeveel mol 19,52.. gram is (delen door molaire massa Y2O3) = 0,086.. mol Y2O3 dus voor elke 1 mol ZrO2. Maar ze moet het weten in de verhouding 1 mol Y2O3 : ...? mol ZrO2, dus deelt ze 1/0,086... mol en komt netjes uit op het goede antwoord (ik heb hem zelf ook uitgewerkt maar een foto uploaden is blijkbaar best ingewikkeld).

Het lijkt me vergelijkbaar met de voorgestelde berekening eerder in het forum, bovendien geeft het cv een voorbeeld van een juiste berekening en werkt dit dus zo ook.

Wat denken jullie?

 

Door: Mijke Burger | Datum: Vrijdag 29 mei 2026, 09:17 uur (Bewerkt op: 02-06-2026 12:14)

Ik zou dat ook doen. De leerling berekent de factor tussen de 2 en past die toe. Alleen de significantie is niet juist, dus 3 pt.

die 123 is g/mol, maar ook gewoon een aantal gram (als je uitgaat van 1 mol). Bovendien staat de eenheden tussen haakjes, daar hoef je dan toch niet op te letten?

Ik kan hier ook al een aantal keer extra punten voor geven bij de tweede correctie.