Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Schaareman
|
Datum:
Zondag
24
mei
2026,
13:30 uur
Het cv schiet schromelijk tekort. Er zijn zoveel andere manieren om de gegevens te verwerken.. alleen als de leerling het gedachtenspoor van de makers volgt heb je er wat aan. Soms is dat het geval, meestal niet. De formulering "DE molmassa's" .. welke zijn dat? Volgens het voorbeeld denk ik alleen propeenoxide en 2MPol, de rest heb je niet nodig volgens het voorbeeld... maar ja... als je het rendement gaat uitrekenen heb je de andere molmassa's wel nodig... De uitwerkingen geven lukt niet, maar mijn matrix aan punten komt erop neer dat een leerling dus 1p krijgt voor 44 OF 100 % atoomeco (mag zonder uitleg of berekening; "geef aan") Als een leerling voor de E-factor (3 punten waard) 1.4 geeft is dat 2p van de 3. Als een leerling voor de E-factor 1.3 geeft is dat 1p van de 3 (massa 2MPol vergeten en afval/rendement niet gebruikt) Als een leerling op 0,0627 (duidelijk boven de 0,059) komt is dat 2 van de 3 E-factor punten (alleen afval/rendement niet goed verwerkt als enige fout) (Dit is af en toe tricky omdat ze beide natuurlijk ook op 0,06 mogen afronden..) Als een leerling in de eerste berekening van de atoomeconomie een fout maakt, mag dat in de berekening van de E-factor niet meer worden foutgerekend, 1x een fout aanrekenen immers. Dat geeft hier en daar ook nog de nodige doorrekeningen..) Zo heb ik m in elk geval aangevlogen, ik neem de ruimte omdat het cv deze volledig open laat mijns inziens, maar wel gebaseerd uiteraard op inhoudeljke argumenten.. |
||
|
Door: Smit
|
Datum:
Zondag
24
mei
2026,
14:09 uur
Los van de interessante discussie hierboven: hoe expliciet moet de berekening van de massa's vermeld zijn? |
||
|
Door: Arjan van Ginneken
|
Datum:
Zondag
24
mei
2026,
16:02 uur
@Smit: als ze dan ook rekenen met 7,80 kg zou ik richting de 2e corrector beargumenteren dat de vermeinigvuldiging en deling impliciet is gedaan. VWO leerlingen enzo. Het was slimmer geweest om hier iets anders dan 1 kmol te nemen natuurlijlk. |
||
|
Door: Erik Keegstra
|
Datum:
Maandag
25
mei
2026,
14:39 uur
Berekening atoomeconomie |
||
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Dinsdag
26
mei
2026,
20:53 uur
@ Laura: t.a.v. optellen van totale massa (beginstoffen) = totale massa reactieproducten i.p.v. molaire massa's van afzonderlijke beginstoffen (of reactieproducten in dit geval...): dat zie ik ook bij mijn leerlingen: alle atomen vóór de pijl bij elkaar optellen, is vakinhoudelijk gewoon juist, dus ik zou regel 3.3 hanteren voor bol2! Blijf je dan natuurlijk nog wel met bol3 zitten; daar heb je dan de molaire massa van propeenoxide voor nodig, dus moet je rekening met de chemische hoeveelheid 1,0 kmol
|
||
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Dinsdag
26
mei
2026,
21:37 uur
@ Keegstra: de berekening die jij laat zien klopt niet... de atoomeconomie gaat alleen maar over de betreffende reactievergelijking... en niet over de praktijk. De atoomeconomie is dus óf 100% (als beide producten gewenst zijn); of 43,9/44% als alleen propeenoxide gewenst is |
||
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Dinsdag
26
mei
2026,
22:33 uur
Ik kom er ook niet uit..... Alleen al het feit dat in het antwoordmodel onder de streep 58,1 + 74,1 = 132,2 (kg) staat is onjuist. Dat is de totale massa van de beginstoffen, en in de formule van de E-factor staat massa werkelijke opbrengst product (en dat is gelijk aan het rendement x theoretische opbrengst). Het hele verhaal over Sheldon moet maar in de prullebak want leerlingen hebben daar nog nooit van gehoord, wij overigens ook niet (schat ik in), en het staat ook niet in het examen..... Het rendement van het totaal proces kan geen 100% zijn want er zijn afvalstromen zoals propanon (moet ontstaan zijn uit 2-MP = beginstof), er gaat een deel 2-MP verloren als mengsel met stikstof in de spui (is dus ook een verlies aan rendement, want wordt in de opgave niet gerecycled als zuiver stof!), en naast de gewenste producten van propeenoxide en de verkoopbare 2-MP-ol ontstaat er ook water als nevenproduct (!), zie 2e zin alinea onder opgave 19. Nu wordt de afval op 7,80 kg gezet, en dat is o.a. water, maar H2O komt niet in de reactievergelijking van de totaalreactie voor... Als water niet in de totaalreactie voorkomt, hoe kan het afval/proces water dan wél van invloed zijn op de E-factor van deze totaalreactie? Dat kan volgens mij alleen als water onderdeel uitmaakt van de totaalreactie... Anderzijds is water wel een nevenproduct van de reactie in reactor #1, wat ontstaat uit de reactie van 2-MP met O2. Maar dan kan het rendement nooit 100% zijn, en is dus de waarde 132,2 onder de streep in de E-factor fout!? Ik denk dat de enige oplossing voor dit probleem is om alle E-factor punten van vraag 22 maximaal toe te kennen aan alle leerlingen. De vraag is een gedrocht en staat vol fouten. HEt wordt tijd dat de opstellers verantwoordelijkheid nemen voor deze onzin.... Ik ga dit nog een keer uitzetten naar de examenlijn... |
||
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Dinsdag
26
mei
2026,
22:35 uur
Ik heb de volgende melding naar het examenloket gestuurd: Geachte collega, U heeft ongetwijfeld al kennis genomen over de onduidelijkheden over de context van propeenoxide. Mijn vraag gaat over de E-factor berekening (vraag 22). 132,2 kg is de totale massa van de beginstoffen, en in de formule van de E-factor staat massa werkelijke opbrengst product (en dat is gelijk aan het rendement x theoretische opbrengst). Het hele verhaal over Sheldon moet mijns inziens de prullebak in want leerlingen hebben daar nog nooit van gehoord, wij examinatoren overigens ook niet (schat ik in), en het staat ook niet in het examen wat de leerlingen voor hun neus hebben..... Het rendement van het totaal proces zoals weergegeven in de reactievergelijking kan geen 100% zijn want er zijn afvalstromen zoals propanon (moet ontstaan zijn uit 2-MP = beginstof), er gaat een deel 2-MP verloren als mengsel met stikstof in de spui (is dus ook een verlies aan rendement, want 2-MP wordt in de opgave niet gerecycled als zuivere stof!), en naast de gewenste producten van propeenoxide en de verkoopbare 2-MP-ol ontstaat er ook water als nevenproduct (!), zie 2e zin alinea onder opgave 19. Nu wordt de afval (nevenproducten en proceswater) op 7,80 kg gezet, en dat is o.a. water (wat als nevenproduct in reactor 1 ontstaat en na S2 geloost wordt), maar H2O komt niet in de reactievergelijking van de totaalreactie voor...? Als water niet in de totaalreactie voorkomt, hoe kan het afval/proces water dan wél van invloed zijn op de E-factor van deze totaalreactie? Dat is volstrekt inconsistent. Anderzijds is water wel een nevenproduct van de reactie in reactor #1, wat ontstaat uit de reactie van 2-MP met O2. Maar als H2O én propanon in deze reactie als nevenproduct ontstaan, dan kan het rendement nooit 100% zijn, en is dus de waarde 132,2 onder de streep in de E-factor fout!? |
||
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Dinsdag
26
mei
2026,
23:50 uur
En we blijven maar opmerkingen maken over deze vraag, nu over de significantie! In de opgave staat: 1,0 x 10E3 mol; dus 2 significante cijfers.... Leerlingen die tussentijds afronden (dat mag!), komen dan op beginstoffen: 5,8.10E4 g + 7,4.10E4 g = 13,2.10E4 = 1,3.10E5 g massa werkelijk product 13,2.10E4 - 7,8.10E3 (= 7,80 kg afval) = 12,4.10E4 = 1,2.10E5 Met als E-factor berekening: 1,3.10E5 - 1,2.10E5/1,2.10E5 = 0,083 = 8,3.10E-2 Geen speld tussen te krijgen.... |
||
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Woensdag
27
mei
2026,
00:39 uur
(Bewerkt op: 27-05-2026 08:58)
Voor wie nog aan het nakijken is: dit is mijn overzicht voor vraag 22:
|
||