Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Donderdag
21
mei
2026,
08:12 uur
Ik ben het met J. van de Kuil eens dat de vraag helderder gesteld had kunnen worden (zoals wel meer vragen in dit examen). Maar de bedoeling was niet om te vragen naar het effect van de snelheid, anders had dat wel in bol 2 gestaan. Bol 2 wil inzicht zien in het verband tussen r en B, dus dat is waar de vraag over gaat. |
||
|
Door: Geert van Schepen
|
Datum:
Donderdag
21
mei
2026,
14:56 uur
(Bewerkt op: 21-05-2026 17:17)
"Snellere elektronen hebben een sterker magneetveld nodig" is gewoon een goed (deel)antwoord op de vraag "Leg uit welk magneetveld in figuur 5 (I, II, III of IV) geschikt is om de elektronen de banen van figuur 4 te laten volgen" aangezien zonder grotere B rechtsboven een sneller elektron niet 270° zou afbuigen om weer in punt P terecht te komen. En bij een goed antwoord horen de punten toegekend te worden. Je kan niet van leerlingen verlangen dat ze kennis nemen van bol 2 om de bedoeling van de examenmakers te achterhalen. |
||
|
Door: Schut-den Haan
|
Datum:
Zaterdag
23
mei
2026,
12:50 uur
Vinden jullie een antwoord: IV want door de rechterhandregel voldoende voor bol 1? Ik eigenlijk niet. |
||
|
Door: Hans Bot
|
Datum:
Maandag
1
juni
2026,
11:52 uur
@Schut-den Haan vanwege de omschrijving van bol 1 "bepalen van de richting van B met een relevante richtingregel" heb ik dat inderdaad goed gerekend voor bol 1, ondanks het feit dat de rechterhandregel geen eenduidige term is, die van school tot school verschilt (merk je als 2e corrector). De opdracht was duidelijker geweest als een schets van de FBI-vectoren gevraagd werd. |
||