Proef 3.3.4b Hevel

20 mei

Doel van de proef: de leerlingen weten wat een hevel is, kennen de werking ervan en weten wat de hevel met druk te maken heeft.

Voorkennis

De leerlingen weten dat lucht en water een druk uitoefenen en dat de druk afneemt als je hoger komt in een water- of luchtlaag. Ze kennen de hoofdwet van de hydrostatica.

Benodigdheden

  • Twee emmers of bakken, waarvan één gevuld met water
  • (Tuin)slang (ca. 2m)
  • Tafel

Uitvoering

Als context kan gebruikt worden: het (gedeeltelijk) legen van een aquarium met behulp van een slang en een emmer.

Zet de emmer met water op de tafel en de lege emmer op de grond.

Dompel de slang volledig onder, zodat die geheel met water wordt gevuld. Sluit dan onder water één kant van de slang met je duim goed af en neem dat uiteinde uit het water, waarbij het andere uiteinde onder water blijft. Houd het uiteinde boven de lege emmer en haal je duim er pas af als dat uiteinde zich onder het tafelblad bevindt.

Het water zal nu uit de slang lopen, zolang als het andere uiteinde onder water blijft. Het water ‘hevelt’ van de bovenste in de onderste bak.

 

Een mogelijke uitvoering van de proef ‘de hevel’ vindt u hier:

Leswerk