Communicatie en draagvlak zijn sleutelwoorden voor een geslaagd ontwikkeltraject

10 oktober

Natuurkundedocente Mariëlla Verhage (33), van het Augustinianum in Eindhoven, is er erg enthousiast over, maar meldt zich hoogstwaarschijnlijk toch niet voor een ontwikkelteam aan. Ze heeft daarvoor een duidelijke reden. ‘Het ontbreekt mij helaas aan tijd. Als je dit doet, moet je je voor 100% inzetten.’ NVON-voorzitter Huib van Drooge (68) begrijpt Mariëlla’s beslissing maar al te goed, maar jammer. Hij blijft docenten enthousiasmeren om mee te doen om samen het onderwijs van de toekomst vorm te geven.

Vorige Volgende

Mariëlla is lid van Jong NVON, de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen. De NVON is nauw betrokken bij de opzet van de ontwikkelteams. ‘Huib van Drooge heeft mij hierover verteld’, vertelt Mariëlla, die zich binnen Jong NVON en op de school waar ze werkt met de verdere ontwikkeling van haar vakgebied bezighoudt.

Enthousiaste docenten

Volgens haar zijn veel jonge docenten die zij spreekt enthousiast dat zij nu zelf aan een nieuw curriculum kunnen bouwen. ‘Ik weet zeker dat veel docenten willen meedoen. Maar er is nog te weinig over het traject gecommuniceerd. Als Huib mij er niet op had gewezen, had ik niet eens van het bestaan van de ontwerpteams gehoord. Daarnaast ben ik bang dat oudere docenten afhaken. Zij hebben al te vaak meegemaakt dat voorgestelde onderwijsveranderingen niet brachten wat het ministerie ervan verwachtte.’

Communicatie belangrijk

‘Communicatie en het creëren van draagvlak zijn bij deze trajecten erg belangrijk. Hier ligt dus een taak voor de VO-raad en schoolbesturen. Dit ontwikkeltraject is wat mij betreft geslaagd als alle vakdocenten op de scholen het idee hebben dat ze kans kregen om mee te doen. Dat ze een keuze hadden om ja of nee te zeggen. Dat kan alleen als dit traject beter op scholen bekend wordt gemaakt’, aldus Mariëlla.

Hoge werkdruk

NVON-voorzitter Huib van Drooge (68) begrijpt Mariëlla’s beslissing maar al te goed. ‘Veel docenten zijn enthousiast en willen meebouwen, maar haken uiteindelijk door werkdruk af. Dat is jammer en een slecht teken, want het is hard nodig dat we samen onderzoeken wat onderwijs in toekomst nodig heeft. Daarom blijf ik docenten voor deelname enthousiasmeren en roep ik jong en oud op om zich voor een van de ontwikkelteams op te geven. Overigens denk ik niet dat het vooral oudere docenten zijn die nu afhaken. Bij de vernieuwingsprojecten voor scheikunde waren het juist oudere docenten die pilots wilden draaien. Jonge docenten hebben vaak naast hun werk ook een druk gezin. Ook dat speelt in de beslissing mee.’

Innovatief en concreet

De school waar Mariëlla lesgeeft, staat open voor innovatieve onderwijsprogramma’s. Ook jong NVON biedt veel nieuwe onderwijsontwikkelingen en technieken aan die direct in de les gebruikt kunnen worden. Volgens Mariëlla een goede zaak. ‘Het je voortdurend ontwikkelen is belangrijk voor het onderwijs. Zoiets verwacht ik eigenlijk ook straks van de ontwikkelteams. Geen rigoureuze curriculumveranderingen, maar materiaal waarmee scholen meteen aan de slag kunnen. Ik denk verder dat er meer projectonderwijs komt, waardoor leerlingen nog meer de verbanden tussen de bètavakken gaan zien en begrijpen waarvoor ze iets moeten leren. Tegelijkertijd hoop ik dat we voor natuurkunde toch ook de klassikale instructie voor een deel behouden of je moet omschakelen naar videolessen. Naar mijn idee hebben havisten veel behoefte aan zo’n klassikale uitleg.’

Geen keuze, maar noodzaak

Volgens Van Drooge is het aanpassen van het curriculum geen keuze, maar noodzaak. ‘We kunnen niet op dezelfde voet doorgaan als voorheen. De leerling van nu moet over veel vaardigheden beschikken om mee te kunnen komen in de maatschappij. Het huidige curriculum is vooral uit vakken opgebouwd, terwijl de maatschappij veel meer een integratie van vakken nodig heeft. Toekomstige volwassenen hoop je met onderwijs een combinatie mee te geven van kennis, diepgang en samenhang van individuele vakken, gecombineerd met digitale geletterdheid en burgerschap. Dat ze weten hoe ze met de media, met elkaar moeten omgaan. Dat ze leren hoe ze informatie kunnen opzoeken en gebruiken. Tegelijkertijd doen we dat vanuit het nu. De maatschappij kan er over tien jaar heel anders uitzien, waardoor weer andere kennis nodig is. Daarom moeten we onze leerlingen zo opleiden dat ze zich gemakkelijk nieuwe kennis en vaardigheden eigen maken. Daar zet ik mij graag voor in.’

Bronvermelding
  1. Curriculum.nu
Nieuws