Leerstofanalyse

Bij het analyseren van de leerstof vraag je je eerst af wat je moet leren. Een docent kan daarbij kijken naar de doelstellingen die door het ministerie zijn geformuleerd. In een les(senserie) komen een of meerdere onderwerpen/ doelstellingen aan bod. Een voorbeeld van een lijst met biologische onderwerpen die aan bod kunnen (moeten) komen komt van het Bisschoppelijk College te Weert: Een index van de biologie

Als je hebt gekozen voor een bepaalde doelstelling of onderwerp kan je trefwoorden opschrijven die met het onderwerp te maken hebben. Als je de trefwoorden rangschikt (zelfde soort bij elkaar doet) en ordent kan je ze in een schema zetten. Een speciale manier van het opzetten van een schema gaat volgens een hiërarchische netwerk. In zo'n netwerk maak je gebruik van bovenstaande (overkoepelende) begrippen of concepten en nevenstaande (gelijke) concepten of begrippen
Hieronder volgen enkele Hiërarchische netwerken en associatieve netwerken. Deze zijn gemaakt om leerstof te analyseren. Dit is een handig hulpmiddel om een goed overzicht te krijgen van de leerstof, maar ook om er een goede lesopbouw/ lessenserie mee te kunnen maken. Daarnaast kunnen ze de leerling overzicht geven van de leerstof. Het maken van hiërarchische netwerken is beschreven door Rob Boschhuizen in zijn proefschrift (Boschhuizen R., Van Vakinhouden naar Leerinhouden, Vu-uitgeverij Amsterdam, 1987). Rob Boschhuizen is vadidacticus en onderzoeker aan het Instituut voor Didactiek en Onderwijspraktijk van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Een hiëarchisch netwerk is een web van woorden die met elkaar te maken hebben. Boven staan algemene begrippen, onder de specifieke. Begrippen die op dezelfde hoogte staan zijn nevenstaand, ze zijn van hetzelfde niveau. Begrippen die direct met elkaar te maken hebben zijn verbonden met een lijn. Als het goed is behandeld een lessenserie de begrippen van boven naar beneden (dus van abstract niveau naar concrete voorbeelden), of juist van beneden naar boven (van voorbeelden naar wetmatigheden). Het is goed om in de manier van werken afwisseling te brengen door juist eens onderaan te beginnen. Het werkt verwarrend door begrippen van verschillende organisatieniveau's door elkaar te behandelen (van de hak op de tak). De verschillende organisatienveau's zouden juist als paragrafen achter elkaar gepresenteerd moeten worden.

Ordening (hiërarchisch netwerk naar Biologie Overal deel 2). In de onderbouw komt het hoofdstuk ordening aan de orde.
Samen leven en voortplanting van planten (Hiërarchisch netwerk H2 Biologie Overal deel 2)
Hormonen (Hiërarchisch netwerk voor de bovenbouw)

Een hiërarchisch netwerk maak je door eerst te associeren welke woorden er in je op komen. Deze woorden schrijf je op. Vervolgens maak je categoriën van deze woorden. Je bedenkt een naam voor de categorie. De categoriën worden de verschillende hoofdonderdelen van je netwerk. In het netwerk geef je met lijnen aan hoe de categoriën (onderwerpen) met elkaar samenhangen. Een voorbeeld van een associatietest staat hieronder.
Hormonen (Associatietest)

Meer informatie is te vinden op de Chinese biologiedocenten website. Onder andere zijn er diverse associatieve netwerken te vinden. In een associatief netwerk zit echter geen hiërarchie! Mijn voorkeur gaat daarom uit naar een hiërarchisch netwerk.